Geschiedenis
Het mengvoederbedrijf Gebrs. Fuite B.V. vindt haar wortels in een bakkerij. Helmich Fuite oefende namelijk het bakkersberoep uit. Het benodigde meel betrok hij bij molenaar Reinier van de Pol. De molen, die voor de noodzakelijke energie van wind afhankelijk is, staat als gevolg van die afhankelijkheid, nogal eens stil. Daardoor ontstond een onregelmatige meelleverantie. Dit leverde problemen op voor de bakkers.
Helmich Fuite besloot om zelf een graanmaalderij te beginnen, zo mogelijk in een pand aan de Kruisstraat. Op 21 september 1901 werd de aanvraag van Fuite voor het vestigen van een maalderij behandeld. Het werd een slepende kwestie. Er zijn namelijk bezwaren ingediend door K.K. Bakker, een grote mattenfabrikant. Bakker was tevens wethouder en loco-burgemeester. De vergunning werd niet verleend en een beroep bij de koningin heeft eveneens niet het gewenste resultaat. Op 25 augustus 1902 kwam het afschrift van de beschikking met een negatieve uitslag op het gemeentehuis binnen.
Helmich Fuite gaf zijn plannen echter niet op. Hij kocht de oude zuivelfabriek aan de Oosterkade. Het pand, tegenwoordig bekend als nummer 39, werd verbouwd tot woonhuis. In 1906 vroeg Fuite een vergunning aan voor de bouw van een graanmaalderij achter zijn woning. Bovendien vroeg hij een vergunning aan voor het plaatsen van een stoommachine om de molenstenen mechanisch aan te kunnen drijven. Op 16 juni 1906 werd de aanvraag door het gemeentebestuur behandeld. Op 30 juni hield dit bestuur zitting om eventuele bezwaren aan te horen. Deze werden niet ingediend en er werd overgegaan tot het verlenen van de gevraagde vergunningen. Het is dan 7 juli 1906.
Op 18 augustus 1906 werd de eerste steen gelegd. Deze steen werd geplaatst door Koop Fuite, zoon van Helmich Fuite en Berendje Fuite – Verhoek. Zoon Koop is geboren op 18 augustus 1893. De basis was gelegd voor een bedrijf, dat niet alleen voor een regelmatige voorziening van meel voor de bakkerij kan zorgdragen, maar dat straks tevens voeders aan boeren kan leveren. Genemuiden telde in deze tijd 11 bakkers. Verbreding van de basis was daarom van belang. Het eerste veevoeder was nog een product van de bakkerij. Het was namelijk grof gebakken roggebrood, dat als ’12 ponders’ aan de boer werd verkocht. Al gauw werd dit bijzondere ‘voeder’ vervangen door specifieke diervoeders.
In de jaren tachtig is de grote mengvoederfabriek aan de Kokosstraat gebouwd. Deze fabriek domineert de skyline van Genemuiden.In de loop der jaren zijn de voedersamenstellingen gewijzigd van veel graanvervangers naar meer granen in het voer. Op 24 maart 1989 werd Spijkerboer in Oosterwolde overgenomen. Hierdoor werden de eerste schreden gezet op het pad van de intensieve veehouderij op het gebied van eenden,varkens en kippen. Deze overname kreeg een vervolg door het stoppen van Gebrs. Evink in 1990 en zodoende de fabriek in Oosterwolde goed benut kon worden. Om logistieke redenen werd de fabriek in Oosterwolde in 1996 verkocht en aansluitend werd in Genemuiden een 2e produktie-unit geopend. Geheel gescheiden van de rundveevoederfabriek waarin ook fors geïnvesteerd werd. In 2006 werd het 100-jarige bestaan gevierd. Het ontvangen van het predicaat ‘hofleverancier’ is een absolute kroon op het werk van Fuite.
De nieuwe grondstoffensilo’s van Gebrs Fuite b.v. te Genemuiden, die goed zijn voor een opslag van ruim 12.000 ton, zijn in mei 2009 gebruikgenomen. Door deze nieuwbouw wordt Gebrs. Fuite flexibeler met betrekking tot de aanvoer en inzet van grondstoffen.Door de jaarlijks groeiende omzet is de productie van het voer en de opslag van de grondstoffen nu steeds vaker de beperkende factor. Al meer dan 100 jaar levert Gebrs Fuite voeders voor rundvee, vleesstieren, vleeskalveren, varkens, biggen, pluimvee, eenden, schapen en paarden etc. De ingrediënten voor deze krachtvoeders, de grondstoffen, worden voornamelijk met schepen aangevoerd. Dit heeft tot gevolg dat er grote hoeveelheden (meestal ruim duizend ton) van een grondstof in één keer worden aangevoerd en opgeslagen. Door de bouw van de nieuwe grondstoffen silo’s kunnen schommelingen in de aanvoer beter opgevangen worden en kan op de kosten worden bespaard. Een groot voordeel is dat de fabriek vlak bij een belangrijke waterweg ligt, het Zwarte Water, waardoor alle grondstoffen via het water aangevoerd kunnen worden. Van een productie van 25.000 ton in 1980 groeide het bedrijf tot 380.000 ton in 2008.

